Hoe zijn de tarieven voor de erfbelasting ingedeeld?
Het antwoord:
Hoeveel men aan erfbelasting is verschuldigd, is in beginsel afhankelijk van 2 factoren:
- de grootte van de verkrijging; en
- de verwantschap van de verkrijger met de overledene.
De successiewet hanteert zogenaamde ‘dubbel progressieve’ tarieven. Hoe meer men verkrijgt hoe hoger het percentage is dat aan erfbelasting wordt betaald. Tevens geldt hoe verder men familierechtelijk is ‘verwijderd’ van de overledene hoe hoger het percentage is wat aan erfbelasting betaald dient te worden. De ‘oude’ successiewet (2009) kent 3 tariefgroepen:
- tariefgroep 1: de langstlevende echtgenoot, geregistreerd partner en de kinderen van de overledene vallen in tariefgroep 1. Onder bepaalde voorwaarden valt ook de samenwoner in tariefgroep 1. Het percentage wat men aan successierecht (zo heette de erfbelasting voor 1 januari 2010) betaald loopt op van 5% tot 27%.
- tariefgroep 2: de (groot)ouders, broers en zusters vallen in tariefgroep 2. Het percentage wat men aan successierecht betaald loopt op van 26% tot 53%.
- tariefgroep 3: alle andere verkrijgers vallen in tariefgroep 3. Het percentage wat men aan successierecht betaald loopt op van 41% tot 68%.
Kleinkinderen vallen in tariefgroep 1a. Deze neemt als uitgangspunt de tarieven van tariefgroep 1 met dien verstande dat deze tarieven met 60% worden vermeerderd. Kleinkinderen betalen dus tussen de 8 en 43,2% aan successierecht.
- Bekijk een volledig overzicht van alle tarieven en vrijstelling die gelden voor het successie- en schenkingsrecht in 2009.
- Bekijk een volledig overzicht van de tarieven voor erfbelasting en schenkbelasting in 2010.


(5 x gestemd. Gemiddeld: 4.80 uit 5)